**1..** Met betrekking tot de inburgeringsplichtigen aan wie door het college een inburgeringsvoorziening kan worden aangeboden, zijnde de uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtige en de oudkomer die zelf geen inkomsten uit arbeid of uitkering geniet, wijst het college de inburgeringsplichtigen bij voorrang aan op basis van de volgende criteria:
de inburgeringsplichtige die gealfabetiseerd is;
de inburgeringsplichtige die staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op een adres in het door het college bij beleidsregel aan te wijzen stadsdeel;
de inburgeringsplichtige die de zorg heeft voor een of meer kinderen jonger dan 18 jaar en die zelf geen inkomsten uit werk, algemene bijstand of uitkering geniet;
de inburgeringsplichtige die zichzelf meldt en gemotiveerd is.
**2..** Het college biedt in ieder geval aan de inburgeringsplichtige die houder van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 of 33 Vreemdelingenwet 2000 of geestelijk bedienaar is een inburgeringsvoorziening aan.
**3..** Het college stelt bij uitvoeringsprogramma de weging en prioritering van de voorrangscriteria, als bedoeld in lid 1, vast, een en ander met in achtneming van het jaarlijkse voorzieningenplafond.