Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 8

Over te leggen stukken

Onderdeel van Verordening Algemene Begraafplaatsen Ridderkerk 2016

1.. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of bezorging van as en het aanvraagformulier zijn kenbaar gemaakt aan de beheerder. 2.. Indien de begraving of bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door diens rechtsopvolger. 3.. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt (binnen 10 jaar), kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een periode van tien jaar of twintig jaar, of op verzoek omzetten naar een uitsluitend recht voor onbepaalde tijd. De wijze van verlenging dient kenbaar te worden gemaakt door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door de nieuwe rechthebbende volgens artikel 18. Gedurende een periode van één jaar na de datum van begraven kan deze periode van verlenging door de rechthebbende worden gewijzigd. 4.. De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overlegde stukken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel