Een aanvrager heeft recht op een voorziening voor het voeren van zijn huishouden als hij door zijn beperking, rekening houdend met de beschikbaarheid van gebruikelijke zorg, niet of onvoldoende in staat is tot het verzorgen van zichzelf of van de leefeenheid waartoe hij behoort of als eventueel aanwezige mantelzorgers hier niet of niet meer in kunnen voorzien.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.0
Recht op een voorziening voor het voeren van een huishouden
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2007