Een aanvrager als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan:
voor de in artikel 4.1, onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek een aanpassing aan de woning noodzakelijk maken en de algemene woonvoorziening dit snel en langdurig adequaat kan oplossen.
voor de in artikel 4.1, onder b. c. en d. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien de in het vorige lid genoemde oplossing niet aanwezig is of niet tot een snelle en adequate oplossing leidt.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Primaat algemene woonvoorzieningen en recht op individuele woonvoorzieningen.
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2007