Een aanvrager als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 2 vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht indien er sprake is van een individuele vervoersbehoefte en hij aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek ondervindt die :
het gebruik van het openbaar vervoer of
het bereiken van het openbaar vervoer
onmogelijk maken of ernstig beperken.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.0
Het recht op een vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2007