Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Samenstelling, benoeming, zittingsduur

Onderdeel van VERORDENING OP DE REKENKAMERCOMMISSIE 2004

1.. De commissie bestaat uit een voorzitter en minimaal 5 leden (maximaal 1 lid per fractie). 2.. De voorzitter wordt door de raad benoemd. Niet benoembaar tot voorzitter van de commissie is: een lid van het college; een lid van de raad; een bestuurder of persoon in dienst van een instelling, zoals bedoeld in artikel 14, vijfde lid. 3.. De raad benoemt uit de kring van raadsleden en lijstopvolgers het aantal leden als bedoeld in het eerste lid en tenminste één plaatsvervanger. 4.. Elke fractie heeft het recht in beginsel één lid voor de commissie voor te dragen. 5.. De voorzitter, de leden en de plaatsvervangend leden van de commissie hebben zitting gedurende de zittingsperiode van de raad. 6.. Naar behoefte kan de commissie worden uitgebreid met één of meer door de raad te benoemen externe leden. Ten aanzien van de externe leden is artikel 81g van de Gemeentewet (aflegging eed) van overeenkomstige toepassing. 7.. De plaatsvervangend leden hebben dezelfde rechten en plichten als de leden, indien: zij in de plaats treden van een lid dat verhinderd is; beraadslaagd en besloten wordt over: het jaarlijks onderzoek naar de concernjaarrekening; de opzet van het onderzoeksprogramma; de onderzoeksopzet; het uitbesteden van de onderzoeken aan externen. 8.. De commissie regelt de volgorde waarin de plaatsvervangend leden worden geroepen om op te treden in de gevallen als bedoeld in het zevende lid, onder a. 9.. De voorzitter wordt bij afwezigheid vervangen door een door de commissie uit haar midden aan te wijzen lid. 10.. De leden van de commissie functioneren zonder last van of ruggespraak met de fracties.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel