Naar hoofdinhoud
1. Bij wijze van voorschot betalen de recreatieschappen jaarlijks in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste op 1 februari verschijnt en de tweede op 1 augustus van elk jaar, hun op de begroting, waaronder begrepen wijzigingen van de begroting, gebaseerde aandeel in het nadelig saldo. 2. Direct na de vaststelling van de jaarrekening vindt de verrekening plaats van de onder het eerste lid bedoelde voorschotten met de werkelijk te betalen aandelen in het nadelig saldo van de jaarrekening.

Rechtspraak bij dit artikel