Naar hoofdinhoud
1. De leden van het dagelijks bestuur van vóór de wijziging van deze regeling vormen bij de inwerkingtreding van de bedrijfsvoeringsorganisatie de leden van het bestuur, met uitzondering van het lid dat de gemeente Utrecht vertegenwoordigt. De vóór de wijziging door het dagelijks bestuur aangewezen voorzitter wordt bij de inwerkingtreding van de bedrijfsvoeringsorganisatie de voorzitter van het bestuur. 2. Besluiten van het algemeen bestuur van deze regeling vóór de wijziging, waarbij taken of bevoegdheden worden overgedragen aan het dagelijks bestuur van deze regeling, komen te vervallen. 3. Door het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur van deze regeling vastgestelde mandaatbesluiten en overige regelingen van vóór de wijziging blijven van kracht en worden geacht te zijn vastgesteld door het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie.

Rechtspraak bij dit artikel