Naar hoofdinhoud
1.. Vergunningen verleend krachtens de verordening als bedoeld in artikel 21 blijven voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken, nog gedurende 1 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden beschouwd als een aanwijzing als bedoeld in artikel 4 van deze verordening. 2.. Ontheffingen verleend krachtens de verordening als bedoeld in artikel 21 blijven voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken nog gedurende 1 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden beschouwd als een ontheffing als bedoeld in deze verordening. 3.. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening bedoeld in artikel 21 blijven, indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken, nog gedurende 1 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht. 4.. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning op grond van de verordening bedoeld in artikel 21 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot aanwijzing, als bedoeld in artikel 4 van deze verordening. 5.. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing op grond van de verordening als bedoeld in artikel 21 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot ontheffing, als bedoeld in deze verordening. 6.. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste of tweede lid, dan wel voorschrift of beperking bedoeld in het derde lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 24 is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 21. 7.. De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 21 heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening vastgestelde nadere regels en genomen aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de nadere regels en aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel