**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen twee maanden na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het inloggen op de centrale computer.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend;
**4..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 8
Termijnen van betaling
Onderdeel van De verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2016.