Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 27

Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2008 (versie 3)

1.. De leden van een commissie, niet zijnde raadslid of lid van het college, ontvangen per bijgewoonde vergadering een vergoeding.1Zie ‘Uitvoeringsvoorschrift Verordening op de rekenkamercommissie’ 2.. Met inachtneming van het bepaalde in het derde lid geldt omtrent de hoogte van de vergoeding het volgende: De leden van de rekenkamercommissie, niet zijnde raadsleden, ontvangen 100% van het bedrag vermeld in de bij de A.M.v.B. behorende tabel IV, zoals dat bedrag telkenjare door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties wordt vastgesteld voor een gemeente in klasse 5. 3.. Voor de adviescommissies, vermeld in de bij deze verordening behorende lijst wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld door het college.2Zie lijst en ‘Uitvoeringsvoorschrift Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden’ 4.. De leden 1 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing indien door het college of de burgemeester een tijdelijke adviescommissie wordt ingesteld. 5.. De fractievertegenwoordigers, geen raadsleden zijnde, ontvangen een vergoeding voor de vertegenwoordiging in de activiteitencarrousels ten behoeve van de Politieke Markt. Het aantal activiteitencarrousels waarvoor een vergoeding wordt toegekend, bedraagt in een jaar waarin geen nieuwe raad aantreedt, maximaal 40 per persoon per jaar. In een jaar waarin een nieuwe raad aantreedt worden zowel de ‘oude’ als ‘nieuwe’ raadsperiode maximaal 40 activiteitencarrousels per persoon vergoed.

Rechtspraak bij dit artikel