**1..** De leden van een commissie, niet zijnde raadslid of lid van het
college, ontvangen per bijgewoonde vergadering een vergoeding.1Zie ‘Uitvoeringsvoorschrift Verordening op de
rekenkamercommissie’
**2..** Met inachtneming van het bepaalde in het derde lid geldt omtrent de
hoogte van de vergoeding het volgende:
De leden van de rekenkamercommissie, niet zijnde raadsleden,
ontvangen 100% van het bedrag vermeld in de bij de A.M.v.B.
behorende tabel IV, zoals dat bedrag telkenjare door de
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties wordt
vastgesteld voor een gemeente in klasse 5.
**3..** Voor de adviescommissies, vermeld in de bij deze verordening
behorende lijst wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld door
het college.2Zie lijst en ‘Uitvoeringsvoorschrift Verordening
rechtspositie wethouders, raads- en
commissieleden’
**4..** De leden 1 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing indien door het
college of de burgemeester een tijdelijke adviescommissie wordt
ingesteld.
**5..** De fractievertegenwoordigers, geen raadsleden zijnde, ontvangen een
vergoeding voor de vertegenwoordiging in de activiteitencarrousels
ten behoeve van de Politieke Markt. Het aantal
activiteitencarrousels waarvoor een vergoeding wordt toegekend,
bedraagt in een jaar waarin geen nieuwe raad aantreedt, maximaal 40
per persoon per jaar. In een jaar waarin een nieuwe raad aantreedt
worden zowel de ‘oude’ als ‘nieuwe’ raadsperiode maximaal 40
activiteitencarrousels per persoon vergoed.
Hoofdstuk IV
Artikel 27
Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2008 (versie 4)