**3.1.** Het college kan eenmalig projectsubsidies aan de in artikel 1.2 bedoelde sportverenigingen toekennen met inachtneming van de in deze bijzondere verordening opgenomen bepalingen.
**3.2.** Er is sprake van een subsidieplafond, dat wil zeggen dat bij de subsidieverstrekking het voor het betreffende subsidiejaar door de raad beschikbaar gestelde subsidiebudget niet zal worden overschreden.
**3.3.** Het toe te kennen subsidie bedraagt maximaal 50% van de totaal aanvaardbare projectkosten tot een maximum van € 11.344,51 per project.
**3.4.** In het geval, dat het aantal voor subsidie in aanmerking komende projecten het beschikbare budget overstijgt zal er binnen de aanvragen een prioritering worden aangebracht overeenkomstig de volgorde genoemd in artikel 2.1.
Indien een project - gericht op de onderdelen zoals genoemd in artikel 2.1, onder b tot en met f - voortkomt uit een gezamenlijk initiatief van verenigingen zal dat project eveneens met voorrang worden gehonoreerd.
**3.5.** De sportvereniging dient het subsidiebedrag geoormerkt te administreren en te verantwoorden.
**3.6.** De sportvereniging dient na afloop van het project een evaluatieverslag inclusief financiële verantwoording in te dienen bij het college.
Artikel 3
Specifieke voorwaarden en bepalingen
Onderdeel van VERORDENING SUBSIDIËRING PROJECTEN IN DE SPORT 2001