Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2016

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 voor een maatwerkvoorziening dan wel Pgb, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het Pgb wordt verstrekt en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot. 2.. In afwijking op het eerste lid: wordt bij individuele begeleiding, persoonlijke verzorging, dagbesteding en kortdurend verblijf het uur-, dagdeel- of etmaal tarief vanuit de AWBZ gehanteerd met jaarlijkse indexatie; wordt bij verstrekking van een woonvoorziening gedurende maximaal 39 perioden van vier weken een bijdrage in rekening gebracht. 3.. Met inachtneming van artikel 3.20 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 verhoogd met een opslag voor voeding bedraagt de eigen bijdrage maatschappelijke opvang voor personen vanaf 21 jaar 45,32 % van 60 % van de uitkering op grond van de Participatiewet voor gehuwden/samenwonenden per maand exclusief vakantietoeslag. Op basis van de Participatiewet, hoofdstuk 3 Algemene bijstand paragraaf 3.2 normen, artikel 20 jongerennormen wordt voor personen onder 21 jaar een bedrag vrijgelaten Voor zover het maandinkomen exclusief vakantietoeslag van personen onder 21 jaar het onder 1˚. genoemde bedrag te boven gaat, wordt dit als eigen bijdrage aangemerkt tot maximaal het op grond van het eerste lid berekende eigen bijdrage bedrag. Het college int de bijdrage. 4. . De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; Pgb is gebaseerd op een percentage van de maatwerkvoorziening in natura. 5. . In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of Pgb door het AOP vastgesteld en geïnd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel