**1.** De in artikel 3.36 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aanwezige voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en fecaliën, alsmede de eventueel in of aan bouwwerken aanwezige voorzieningen voor de afvoer van hemelwater moeten, onverminderd het bepaalde in artikel 5.3.6, op een doeltreffende wijze zijn aangesloten aan een openbaar riool.
**2.** Niet van toepassing is het gestelde in het eerste lid:
in delen van de gemeente waarin geen openbare riolering aanwezig is;
op bouwwerken die op een grotere afstand dan 40 m van een openbaar riool zijn gelegen;
voor zover uitsluitend hemelwater wordt geloosd;
op agrarische bedrijven waarin de faecaliën voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt en een daartoe voldoende ruime mestkelder, gier- of beerput aanwezig is.
**3.** Het is verboden om in de gebieden die alszodanig zijn aangegeven op de in Bijlage 13 opgenomen kaart, leidingen die bestemd zijn voor de afvoer van hemelwater af te koppelen van een ten behoeve daarvan op een perceel in de grond aangebrachte infiltratievoorziening. Voorts is het in de op de kaart in Bijlage 13 aangegeven gebieden verboden, dat leidingen voor de afvoer van hemelwater worden aangesloten aan een openbaar riool, danwel een druk- of vacuümriolering.
Hoofdstuk 5 Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en het weren van schadelijk en hinderlijk gedierte › Paragraaf 3
Artikel 5.3.4
Eis tot aansluiting aan de openbare riolering
Onderdeel van Bouwverordening 1996 (versie 4) (11e wijziging)