**1..** Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar
is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet
worden gebouwd voorzover dat bouwen betrekking heeft op een
bouwwerk:
waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen
verblijven;
voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het
bouwen is vereist; en
dat de grond raakt, of
waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke
gebruik niet wordt gehandhaafd.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het
in het eerste lid bepaalde, in die situaties waarin, gelet op de
aard van de werkzaamheden of de aard en de functie van het
bouwwerk in relatie tot het doel van het verbod, een toets aan
de verbodsbepaling niet redelijk is.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 4
Artikel 2.4.1
Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem
Onderdeel van Bouwverordening 1996 (versie 4) (12e wijziging)