**1..** Bijgebouwen en andere bouwwerken op het bij de woning behorende
erf voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist,
moeten – met inachtneming van de artikelen 2.5.8. en 2.5.14 van
het verbod tot overschrijding van de voorgevel- en/of
achtergevelrooilijn - voldoen aan de volgende eisen:
soort bebouwing
max. hoogte
max. oppervlakte
bijz. bepaling
A. bijgebouwen en overkappingen
5 m
Binnen de bebouwde kom:
50 m2 bij een kaveloppervlakte tot 500
m2;
65 m2 bij een kaveloppervlakte tussen de 500
m2 en 750 m2;
85 m2 bij een kaveloppervlakte vanaf 750
m2.
Buiten de bebouwde kom:
50 m2 buiten
bebouwde kom (art. 1.3.)
mits niet meer dan 60% van de kavel (met
inbegrip van alle op de kavel aanwezige bebouwing)
wordt bebouwd;
20 m2 is altijd
toegestaan
B. andere bouwwerken (m.u.v. bedoelde
overkappingen)
2 m
B1 erf- en terreinafscheidingen
voor (het verlengde van de naar
de straat gekeerde gevel(s) max.
1 m;
B2 tuinmeubilair (bijv. pergola’s)
max. 3 m;
B3 antennemasten 15 m.
**2..** Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
afwijking van het verbod tot het bouwen met overschrijding van
de voor- en/of de achtergevelrooilijn en met inachtname van de
volgende onder a. tot en met d. genoemde eisen:
de bijzondere bepaling sub A tot een maximum bebouwing
van 50% van het bij de woning behorende erf;
de bijzondere bepaling sub B1;
de maximaal toegestane oppervlakte van 50 m2 buiten de
bebouwde kom voor een stalruimte van maximaal 50 m2,
mits bij de woning een aaneengesloten oppervlakte grond
behoort van minimaal 1 ha;
de maximaal toegestane oppervlakte van 50 m2 buiten de
bebouwde kom, mits gelijktijdig minimaal tweemaal de
hoeveelheid m2 aan bestaande bijgebouwen en/of
bedrijfsgebouwen wordt afgebroken voor elke m2 bebouwing
waarvoor vrijstelling wordt verleend.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.15a
Oppervlakte van bijgebouwen en andere bouwwerken voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist
Onderdeel van Bouwverordening 1996 (versie 4) (12e wijziging)