Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.9

Onderzoek, experimentele ontwikkeling en pilots veenweidenproblematiek (watersysteem, bebouwing en infrastructuur)

Onderdeel van Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 28 augustus 2012, nr. 80B5BE58, tot vaststelling van de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht

1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv, die gericht zijn op het beperken van bodemdaling, het beperken van de nadelige effecten van bodemdaling of het realiseren van een duurzaam watersysteem in het Utrechtse veenweidegebied door middel van onderzoek, experimentele ontwikkeling of pilotprojecten: innovaties in het watersysteem; innovaties in het gebruik, het beheer en de realisatie van infrastructuur in het buitengebied; innovaties in de realisatie en het beheer van bebouwing in het buitengebied. 2. Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder a, richten zich zoveel mogelijk op het volgende: het verbeteren van de waterkwaliteit; het vergroten van biodiversiteit; het voorkomen van wateroverlast en/of watertekorten; het vergroten van de efficiëntie in het waterbeheer; het aanpassen van het watersysteem aan innovatieve vormen van grondgebruik. De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder b en c, richten zich zoveel mogelijk op het volgende: het beperken van de belasting en beheerskosten van infrastructuur; het beperken van de effecten van bodemdaling op bebouwing. 3. Weigeringsgrond Conform artikel 1, lid 4, sub (a) van Verordening (EU) nummer 651/2014, pbEU 2014, L187/1, wordt betaling uitgesloten van steun aan een onderneming ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Commissie waarbij steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. Conform artikel 1 lid 4 sub (c) van Verordening (EU) Nr. 651/2014, pbEU 2014, L187/1, wordt geen steun toegekend aan ondernemingen in moeilijkheden. 4. Hoogte van de subsidie Voor activiteiten zoals bedoeld in dit artikel bedraagt de totale bijdrage maximaal 50% van de subsidiabele kosten met inachtneming van artikel 25, lid 5 en 6 van Verordening (EU),nummer 651/2014, pbEU 2014, L187/1; Tot de subsidiabele kosten behoren uitsluitend: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voorzover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en zolang deze wordt gebruikt voor het project. Wanneer deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het project worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van gebouwen en gronden voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat gronden betreft, komende kosten voor de commerciële overdracht of de daadwerkelijk gemaakte kapitaalkosten in aanmerking; kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; extra algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien. 5. Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan: publiekrechtelijke rechtspersonen; maatschappelijke organisaties; organisaties op het gebied van onderzoek en kennisverspreiding; adviesbureaus; coöperaties. 6. Aanvraag De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend; De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied(zie bijlage 3) waarin de activiteiten plaatsvinden; De aanvraag dient voorzien te zijn van een communicatieplan. 7. Verplichtingen subsidieontvanger De eindrapportage bevat een advies voor de verdere implementatie van de innovatie bij dedoelgroep waarvoor de innovatie van belang is. 8. Europese regelgeving Subsidie kan worden verleend overeenkomstig de hiervoor genoemde voorwaarden. In aanvullingop die voorwaarden is van toepassing dat indien aan ondernemingen subsidie wordt verstrektin de vorm van steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, dit geschiedt met inachtnemingvan hoofdstuk 1 en artikel 25 van Verordening (EU), nummer 651/2014, pbEU 2014, L187/1 betref-fende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van deEuropese Unie op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel