**1.** Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv:
Acties op het gebied van beroepsopleiding en de verwerving van vaardigheden, waaronder opleidingscursussen, workshops, studiegroepen, coaching, demonstratieactiviteiten en voorlichting gericht op integrale implementatie van milieumaatregelen en het opzetten van certificering;
Acties op het gebied van beroepsopleiding en de verwerving van vaardigheden, waaronder opleidingscursussen, workshops, studiegroepen, coaching, demonstratieactiviteiten en voorlichting gericht op implementatie van energiebesparingsmaatregelen door middel van de volgende activiteiten:
het uitvoeren van energiescans gericht op het inzichtelijk maken van maatregelen waarmee het meeste energie bespaard kan worden tegen de laagste kosten;
het uitvoeren van haalbaarheidsstudies naar energiebesparing van duurzame energie;
monitoring en onderzoek naar mogelijkheden voor optimalisatie voor installaties waarmee energie bespaard kan worden;
**2.** Nadere criteria
De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien:
het project past in de landbouwvisie en de bijbehorende agenda landbouw en draagt bij aan de milieudoelen daarvan;
het project aan de bevordering van de toepassing van nieuwe kennis of technologieën bijdraagt;
er draagvlak is bij de landbouw (bottom-up);
het in samenwerking met andere partijen wordt uitgevoerd; en
de organisaties die acties inzake kennisoverdracht en voorlichting aanbieden, beschikken over hiertoe gekwalificeerd en geregeld opgeleid personeel.
De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder b sub i, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
de energiescans zijn gericht op het realiseren van een besparing van minimaal 30% (doelstelling Schoon en Zuinig Agrosectoren); en
de energiescans worden aangevraagd door een samenwerkingsverband van ondernemers.
De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder b sub ii, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
er is sprake van samenwerking met andere energieproducenten, kennisinstellingen of afnemers; en
de provincie wordt betrokken bij het onderzoek.
De activiteiten, genoemd in het eerste lid, onder b sub iii, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie indien aangetoond kan worden dat door monitoring een initiatief gecontinueerd dan wel opgeschaald kan worden. Aangetoond moet worden dat energiebesparing of energieproductie achterblijft ten opzichte van de geprognotiseerde waarden.
In aanvulling op het gestelde onder a worden bij de beoordeling van de aanvraag de volgende aspecten betrokken:
welke spin-off te verwachten is;
op hoeveel en welk type bedrijven de activiteiten moetenkunnen worden toegepast;
hoe groot het deel is van de doelgroep dat bereikt wordt in het project;
hoe de doelgroep als geheel bereikt wordt;
de subsidiabele activiteiten, genoemd in het eerste lid, dragen zoveel mogelijk bij aan het welzijn van dieren.
**3.** Weigeringsgrond
Conform artikel 1 lid 5 sub (a) MKB Landbouwvrijstellingsverordening EU Nr. 702/2014 wordt betaling uitgesloten van steun aan een onderneming ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Commissie waarbij steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.
**4.** Hoogte van de subsidie
Voor activiteiten zoals bedoeld in het eerste lid, onder a bedraagt de totale overheidsbijdrage maximaal 90% van de subsidiabele kosten waarbij voor de in het eerste lid onder a bedoelde demonstratieproject het steunbedrag beperkt is tot € 100.000 over een periode van drie belastingjaren;
Voor activiteiten zoals bedoeld in het eerste lid, onder b bedraagt de totale overheidsbijdrage maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000. In het geval van een onder b bedoelde demonstratieproject is het steunbedrag beperkt tot € 100.000 over een periode van drie belastingjaren;
**5.** In aanmerking komende kosten:
a. de kosten van de organisatie van beroepsopleiding en de acties voor de verwerving van vaardigheden, waaronder: opleidingscursussen, workshops, studiegroepen en coaching, demonstratieactiviteiten en voorlichtingsacties. Deze kosten bestaan uit:
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek en ondernemersplan) tot een maximum van 15% van de projectkosten;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor monitoring en analyse;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor publicaties, websites en andere vormen van communicatie;
de kosten in verband met de reis-, verblijfs- en dagvergoedingen van de deelnemers;
de kosten van vervangende diensten tijdens de afwezigheid van deelnemers;
als het gaat om demonstratieprojecten in verband met investeringen:
de kosten van de bouw, verwerving, inclusief leasing, of verbetering van onroerende goederen, waarbij grond alleen in aanmerking komt voor zover de kosten daarvan niet hoger zijn dan 10 % van de totale in aanmerking komende kosten van de betrokken concrete actie;
de kosten van de koop of huurkoop van machines en uitrusting, tot maximaal de marktwaarde van de activa;
algemene kosten in verband met de onder i en ii bedoelde uitgaven, zoals voor het inschakelen van architecten, ingenieurs en adviseurs en voor advies over ecologische en economische duurzaamheid, met inbegrip van haalbaarheidsstudies; haalbaarheidsstudies blijven in aanmerking komen, zelfs wanneer op basis van de resultaten daarvan geen uitgaven uit hoofde van het bepaalde onder i en ii worden gedaan;
de aankoop of ontwikkeling van computersoftware en de verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en handelsmerken.
De onder d, bedoelde kosten komen slechts in aanmerking voor zover en zolang zij voor het demonstratieproject worden gemaakt. Alleen de afschrijvingskosten die met de looptijd van het demonstratieproject overeenstemmen, als berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, worden als in aanmerking komende kosten beschouwd.
De onder a en c bedoelde steun wordt niet toegekend in de vorm van rechtstreekse betalingen aan de begunstigden. De onder a en c bedoelde steun wordt betaald aan de aanbieder van de acties inzake kennisoverdracht en voorlichting.
Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor kosten die tot de gewone bedrijfsuitgaven van de onderneming behoren, zoals routinematig belastingadvies, regelmatige dienstverlening op juridisch gebied of reclame.
**6.** Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan:
samenwerkingsverband van landbouwondernemingen;
stichtingen;
publiekrechtelijke rechtspersonen;
verenigingen van agrariërs;
(producenten)verenigingen;
maatschappelijke organisaties;
adviesbureaus;
onderwijs- en opleidingsinstellingen;
coöperaties.
**7.** Aanvraag
De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend;
De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de activiteiten plaatsvinden;
**8.** Verplichtingen subsidieontvanger
Gedurende de uitvoering van het project gelden de volgende verplichtingen ten aanzien van de rapportage over de voortgang van het project:
de monitoring wordt op een duidelijke manier gerapporteerd waaruit blijkt hoeveel bedrijven zijn bereikt, welke activiteiten zijn uitgevoerd, en wat het gemeten of berekende effecten zijn van deze activiteiten in brede zin (te denken valt aan milieu, de feitelijke toepassing en de sociaaleconomische aspecten);
de rapportage bevat ook een advies voor de verdere implementatie van de maatregel bij de doelgroep.
**9.** Europese regelgeving
Subsidie kan worden verleend overeenkomstig de hiervoor genoemde voorwaarden waarbij artikel 21 van de verordening (EG), nummer 702/2014, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren van toepassing is.
Hoofdstuk › Afdeling
Artikel 4.2.2