Het college weigert de verlening van een persoonsgebonden budget:
indien de cliënt het door het college vastgestelde budgetplan
niet heeft overgelegd of onvolledig ingevuld heeft
overgelegd;
indien de cliënt weigert het budgetplan desgevraagd met het
college te bespreken of, na voor een gesprek daarover te zijn
opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;
indien de cliënt surseance van betaling heeft aangevraagd of
failliet is verklaard;
indien ten aanzien van de cliënt de schuldsaneringsregeling
natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een
verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
indien de cliënt zich niet heeft gehouden aan bij de
verstrekking van een eerder persoonsgebonden budget opgelegde
verplichtingen;
indien het naar het oordeel van het college onvoldoende
aannemelijk is dat met het persoonsgebonden budget zal worden
voorzien in toereikende ondersteuning van goede kwaliteit;
indien de cliënt naar het oordeel van het college redelijkerwijs
niet in staat kan worden geacht het persoonsgebonden budget te
beheren, tenzij de cliënt het beheren laat uitvoeren door een
gemachtigde die:
niet de natuurlijke persoon is die, via het
persoonsgebonden budget, de ondersteuning verleent.
niet werkzaam is bij of via de rechtspersoon waar de
ondersteuning met het persoonsgebonden budget wordt
betrokken.
niet de rechtspersoon is, of gelieerd is aan de
rechtspersoon waar ondersteuning met het
persoonsgebonden budget wordt betrokken.
indien de beperkingen kunnen worden gecompenseerd met een
collectieve voorziening;
indien op voorhand vaststaat dat binnen korte tijd vervanging
van de maatwerkvoorziening nodig is;
indien sprake is van vervanging van een maatwerkvoorziening in
natura waarvan de afschrijftermijn nog niet is verstreken;
indien bekend is dat de cliënt op een zodanige termijn gaat
verhuizen dat de afschrijftermijn van de maatwerkvoorziening ten
tijde daarvan nog niet zal zijn verstreken;
indien sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie
als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet;
voor zover het persoonsgebonden budget is bestemd voor besteding
buiten Nederland;
voor zover het persoonsgebonden budget is bedoeld voor
bemiddelingskosten of begeleidings- of administratiekosten in
verband met het beheren van het persoonsgebonden budget.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.1
Criteria persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening beschermd wonen en opvang gemeente Sliedrecht 2016