In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
verstaan onder:
Aanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het
college gehouden is een voorziening te leveren
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die in de
reguliere handel verkrijgbaar is, en die niet speciaal voor
mensen met een beperking bedoeld is, niet aanzienlijk duurder is
dan vergelijkbare producten met hetzelfde doel en past bij het
naar geldende maatschappelijke normen gangbare gebruiks- dan wel
bestedingspatroon van een persoon als de aanvrager
behorend.
Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat,
zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften,
persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers,
toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke
ondersteuning.
Beschermd wonen: wonen in een accommodatie van een instelling
met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het
bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en
psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch
ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke
overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen,
bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen,
die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de
samenleving.
Beroepskracht: natuurlijke persoon die in persoon beroepsmatig
werkzaam is voor een aanbieder.
Bijdrage: een bijdrage in de kosten van een voorziening als
bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet.
Calamiteit: niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die
betrekking heeft op de kwaliteit van een voorziening en die tot
een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt
heeft geleid.
Cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening
of aan wie een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden
budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan
als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet.
College: Het college van burgemeester en wethouders.
Gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen
in redelijkheid mag worden verwacht van de partner, ouder(s),
inwonend(e) kind(eren) of andere huisgenoten/oot.
Geweld bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening: seksueel
binnendringen van het lichaam van of ontucht met een cliënt,
alsmede lichamelijk en geestelijk geweld jegens een cliënt, door
een beroepskracht dan wel door een andere cliënt met wie de
cliënt gedurende het etmaal of een dagdeel in een accommodatie
van een aanbieder verblijft.
Huiselijk geweld: lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld of
bedreiging daarmee door iemand uit de huiselijke kring.
Informele zorg: mantelzorg en vrijwilligerszorg vormen samen de
informele zorg.
Instelling: organisatie die een voorziening voor beschermd wonen
of opvang biedt met een subsidie op grond van de algemene
subsidieverordening van de gemeente dan wel in opdracht van de
gemeente door middel van aanbesteding en inkoop.
Kostprijs: De prijs waarvoor de gemeente de voorziening heeft
ingekocht bij de aanbieder of leverancier met daarin begrepen
onderhoudskosten.
Maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en
mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten,
hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:
ten behoeve van zelfredzaamheid; daaronder begrepen kortdurend
verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger
het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen,
woningaanpassingen en andere maatregelen,
ten behoeve van participatie; daaronder begrepen het daarvoor
noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere
maatregelen,
ten behoeve van beschermd wonen en opvang.
Maatwerkvoorziening in natura: een voorziening, in de vorm van
goederen in bruikleen, in eigendom, als persoonlijke
dienstverlening, beschermd wonen of opvang.
Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie,
beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien
van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de
Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen
personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in
het kader van een hulpverlenend beroep.
Opvang: onderdak en begeleiding voor personen die de
thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met
risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en
niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de
samenleving.
Participatie: het deelnemen aan het maatschappelijke verkeer.
Persoonsgebonden budget: een geldsom waaruit namens het college
betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen,
woningaanpassingen en/of andere maatregelen die tot een
maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden
afneemt.
Sociale netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere
personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt.
Vertegenwoordiger: een persoon of rechtspersoon die een cliënt
vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een
redelijke waardering van zijn belangen terzake.
Voorliggende voorziening: Een voorziening die voor gaat op een
maatwerkvoorziening, waar cliënt gebruik van kan maken en die
leidt tot het beoogde resultaat.
Voorziening: algemene voorziening of maatwerkvoorziening.
Vrijwilligerszorg; zorg die al dan niet in enig georganiseerd
verband onverplicht en onbetaald (met uitzondering van
onkostenvergoedingen) wordt verricht ten behoeve van anderen of
de samenleving.
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de
noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het
voeren van een gestructureerd huishouden.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van VERORDENING WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BLARICUM 2015 – Eerste wijziging