Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 11

Instandhoudingbepaling het monument, dan wel de omgeving van het monument:

Onderdeel van Erfgoedverordening Wassenaar 2016

1.. Het is verboden het voortbestaan van een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, in gevaar te brengen en zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften een gemeentelijke monument: te slopen of te verplaatsen; te verstoren of te wijzigen; te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht; te beschadigen of te vernielen; of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. 2.. Het verbod, bedoeld onder 1, geldt niet indien het college in de vergunning nadere voorschriften stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het vijfde lid. 3.. Het bevoegd gezag kan in het belang van het behoud van de cultuurhistorische waarden bepalen, dat voorafgaand aan de besluitvorming onderzoek wordt verricht. 4.. Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een gemeentelijk kerkelijk monument, geen vergunning als bedoeld onder 1 dan in overleg met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij de wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn. 5.. Een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in het eerste lid, is niet vereist indien deze activiteit betrekking heeft op: de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, de aanleg niet wijzigt, of een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige veranderingen aan een onderdeel van een monument dat uit oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft. het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale waarden: plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; doen van begravingen of asbijzettingen, of ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument. 6.. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel