Naar hoofdinhoud
1. Een subsidie ingevolge deze verordening wordt niet verstrekt aan: publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van; rechtspersonen die waterwinning als doelstelling hebben; privaatrechtelijke rechtspersonen die kennelijk zijn opgericht ten behoeve van het beheer van grond of water, waarvan de eigendom geheel of gedeeltelijk berust bij de rechtspersonen, bedoeld in de onderdelen a en b; begunstigden ter voldoening aan verplichtingen die op grond van enig ander wettelijk voorschrift zijn voorgeschreven. begunstigden die zijn aan te merken als een bedrijf in moeilijkheden als bedoeld in de communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor reddings-en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2004/c 244/02). 2. Een subsidie natuurbeheer ingevolge deze verordening wordt niet verstrekt aan begunstigden die het natuurterrein, anders dan als gevolg van een inrichtingsplan als bedoeld in de Wet inrichting landelijk gebied, hebben verkregen van een gemeente, een samenwerkingsverband als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waaraan in meerderheid gemeenten deelnemen, het Rijksvastgoed- en ontwikkelbedrijf van het ministerie van Financiën, een waterschap of een waterleidingsmaatschappij. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid, en behoudens het bepaalde in het vierde en vijfde lid, kan een subsidie natuurbeheer ingevolge deze verordening worden verstrekt aan gemeenten, samenwerkingsverbanden als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waaraan in meerderheid gemeenten deelnemen, of begunstigden als bedoeld in het tweede lid, voor zover dit in overeenstemming is met de kaart, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, en de toepasselijke bepalingen van de onderhavige verordening. 4. Gemeenten en samenwerkingsverbanden als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waaraan in meerderheid gemeenten deelnemen komen slechts in aanmerking voor een subsidie natuurbeheer voor zover dezen voor het natuurterrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd: subsidie ontvangen op basis van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister of de Subsidieregeling natuurbeheer provincie Utrecht 2007 waarbij de periode waarvoor de in onderdeel a bedoelde subsidie wordt verstrekt op of na 31 december 2010 eindigt, én de subsidie natuurbeheer die op grond van de onderhavige verordening kan worden verstrekt niet later ingaat dan 1 januari van het kalenderjaar, volgend op het jaar waarin de in onderdeel a bedoelde subsidie eindigt. 5. Een subsidie natuurbeheer die aan begunstigden als bedoeld in het vierde lid wordt verstrekt kan niet vermeerderd worden met de in artikel 3.1.1., tweede lid, bedoelde vergoeding voor de instandhouding van het recreatiepakket.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel