Naar hoofdinhoud
1. de subsidieontvanger die tevens gecertificeerde begunstigde is, draagt er zorg voor dat, voor zover subsidie wordt verstrekt voor de monitoring van de kwaliteit van een op een natuurterrein aanwezig natuurbeheertype, deze monitoring wordt verricht overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten vastgestelde monitoringsprogramma. 2. in afwijking van artikel 3.1.6, eerste lid, onderdelen g en h kan een subsidieontvanger die tevens gecertificeerde begunstigde is, éénmaal per kalenderjaar maar uiterlijk op 31 oktober bij Gedeputeerde Staten melden ten aanzien van welke natuurterreinen en landschapselementen niet voldaan wordt aan één of meerdere subsidieverplichtingen. 3. indien sprake is van een begunstigde als bedoeld in artikel 3.1.3, vierde lid, kan de subsidie worden verleend onder de voorwaarde dat binnen een termijn van drie maanden na de datum van bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening de bij de subsidieverlening behorende uitvoeringsovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 4:36 van de algemene wet bestuursrecht en die onderdeel uitmaakt van deze beschikking, wordt gesloten. 4. indien aan Staatsbosbeheer subsidie wordt verleend op grond van artikel 3.1.3, derde lid, heeft Staatsbosbeheer de verplichting dit natuurterrein alsnog in eigendom te verwerven of in erfpacht te verkrijgen voor 1 januari 2015. 5. indien een subsidie wordt verstrekt door toepassing van artikel 12.5, eerste lid, heeft de subsidieontvanger de verplichting voor 1 januari 2015 alsnog het certificaat natuurbeheer te verkrijgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel