Naar hoofdinhoud
1.. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd tijdens de beraadslagingen een motie in te dienen met betrekking tot het aan de orde zijnde onderwerp. 2.. Artikel 36, zesde lid is van overeenkomstige toepassing. 3.. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp vindt tegelijk met de beraadslaging daarover plaats; behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat een besluit als bedoeld in artikel 9, eerste lid is genomen en nadat alle onderwerpen zijn behandeld. 4.. Indien een voorgestelde motie in wezen geheel of gedeeltelijk neerkomt op amendering van een aan de orde zijnd voorstel, kan de voorzitter van de voorsteller(s) vorderen, het motievoorstel door wijziging van de redactie te veranderen in een amendement. 5.. Artikel 36, zevende lid is van overeenkomstige toepassing

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel