Naar hoofdinhoud
1.. De stichting kan een egalisatiereserve opbouwen en aanhouden. Het bestedingsdoel van de reserve is in overeenstemming met artikel 3 van deze verordening. 2.. De omvang van de egalisatiereserve is gemaximeerd op 100% van de jaarlijkse tegemoetkoming. 3.. De omvang van de egalisatiereserve wordt beoordeeld en vastgesteld bij de verantwoording van het laatste volledige jaar voor de verkiezingen. Het bedrag dat het maximum overschrijdt, wordt op eerste verzoek van de gemeenteraad teruggestort in de gemeentekas. 4.. De vorming van andere reserves dan de egalisatiereserve ten laste van de financiële bijdrage is niet toegestaan. 5.. Het is een stichting niet toegestaan een tijdelijk of permanent liquiditeitsoverschot op een andere rekening te storten dan een uitsluitend voor dit doel geopende en beheerde spaarrekening. 6.. De aard van de in het vorige lid bedoelde spaarrekeningen is zodanig dat de nominale omvang van de stortingen intact blijft en dat te allen tijde het gehele tegoed voor de stichting onmiddellijk en zonder betaling van boetes opeisbaar is. 7.. De stichting aangewezen door een in artikel 5, vierde en vijfde lid bedoelde fractie is verplicht de opgebouwde egalisatiereserve te restitueren aan de gemeente. 8.. Indien een fractie na verkiezingen niet terugkeert in de nieuwe gemeenteraad kan de eventuele egalisatiereserve nog uitsluitend worden aangewend ten behoeve van de afwikkeling van lopende verplichtingen van de oude fractie. Het restant van de egalisatiereserve dient gerestitueerd te worden aan de gemeente. De voormalige fractie kan binnen vier weken na de verkiezingsdatum schriftelijk en gemotiveerd aan het presidium van de gemeenteraad een voorstel doen voor de uiterlijke datum van afrekening. In andere gevallen dient de afrekening binnen drie maanden na de verkiezingsdatum plaats te vinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel