Het college informeert de raad door middel van tenminste twee tussentijdse rapportages
over de
(verwachte) afwijkingen met betrekking tot de realisatie van de begroting;
nieuwe ontwikkelingen die voor de raad van belang zijn.
Rapportage vindt in elk geval plaats over de eerste drie en de eerste acht maanden van het begrotingsjaar.
Indien ontwikkelingen daartoe aanleiding geven kan het college in de tussentijdse rapportages, aanvullend op hetgeen is genoemd in het eerste lid, een voorstel doen tot bijstelling van ramingen van:
de baten en lasten per programma (eventueel per taakveld);
de investeringskredieten;
de algemene dekkingsmiddelen;
de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma
In de tussentijdse rapportages worden verwachte afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten per programma en investeringskredieten in de begroting groter dan 10% toegelicht, met dien verstande dat afwijkingen groter dan € 10.000,00 te allen tijde worden toegelicht.
Bij de rapportage die over de eerste acht maanden wordt opgesteld, wordt de realisatie en raming van de investeringskredieten vermeld, tevens worden alle reserves en voorzieningen op de noodzaak van instandhouding en op de toereikendheid beoordeeld. Indien nodig doet het college de raad voorstellen tot het vormen van, storten in en aanwenden van reserves en voorzieningen.