**1.** De regels van dit hoofdstuk over de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening zijn, voor zover elders in dit hoofdstuk niet anders is bepaald, van overeenkomstige toepassing op:
beheersverordeningen als bedoeld in artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening;
omgevingsvergunningen waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of beheersverordening wordt afgeweken;
wijzigings- of uitwerkingsplannen als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a en b, van de Wet ruimtelijke ordening;
projectuitvoeringsbesluiten als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet;
omgevingsvergunningen waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of beheersverordening wordt afgeweken, voor zover het betreft artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht:
onder 3;
onder 9, behoudens het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de gebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, uitsluitend voor zover het betreft de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen buiten het bestaand stedelijk gebied;
onder 11, voor zover het betreft het gebruik van gronden voor een zonnepark.
**2.** In afwijking van het eerste lid zijn de regels over de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, niet van toepassing:
voor zover het bestemmingsplan betrekking heeft op een militair terrein en de regels over de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen leiden tot beperkingen voor de functionele bruikbaarheid van het militair terrein;
op een door Gedeputeerde Staten op basis van artikel 3.1 van het Besluit omgevingsrecht verleende omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van het bestemmingsplan of de beheersverordening ten behoeve van een project van provinciaal belang.
Hoofdstuk
Artikel 2.2