Naar hoofdinhoud
1. Alleen de colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente kunnen een ontheffing aanvragen van de regels in titel 2.2 tot en met 2.13 of een verklaring van geen bedenkingen voor het verlenen van een omgevingsvergunning die in strijd is met de rechtstreeks werkende regels in titel 2.2 tot en met 2.13. 2. Ontheffing van de regels in titel 2.2 tot en met 2.13 kan uitsluitend worden verleend voor zover de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met die regels te dienen provinciale belangen. 3. Aan de ontheffing, bedoeld in het tweede lid, kunnen voorschriften worden verbonden als de betrokken provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. 4. In afwijking van artikel 1.3, derde lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek om ontheffing of op een verzoek tot het verlenen van een verklaring van geen bedenkingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel