**1.** Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op vrijgekomen gebouwen in het buitengebied voorziet niet in:
het vergroten van gebouwen;
het oprichten van nieuwe gebouwen, anders dan vervangende nieuwbouw.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan voorzien in:
de mogelijkheid tot het vergroten van vrijgekomen gebouwen, als ten minste in de planregeling voorwaarden zijn opgenomen op grond waarvan een omgevingsvergunning slechts kan worden verleend als:
de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen, , met niet meer dan 20% kan toenemen; en
de ruimtelijk relevante kenmerken van de gebouwen passen in het aanwezige bebouwingsbeeld.
de mogelijkheid tot het vergroten van vrijgekomen gebouwen met een grotere oppervlakte dan 20% van de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen, als ten minste in de planregeling voorwaarden zijn opgenomen op grond waarvan een omgevingsvergunning slechts kan worden verleend als:
voor deze uitbreiding de maatwerkmethode is gevolgd onder begeleiding van een onafhankelijke- of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, waarbij rekening wordt gehouden met:
de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur;
de ruimtelijk relevante kenmerken van de bestaande gebouwen;
een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de gebouwen;
het woon- en leefklimaat van direct omwonenden; en
het aspect nachtelijke lichtuitstraling.
de mogelijkheid om een of meer nieuwe, bijbehorende gebouwen op te richten, als tenminste in de planregeling voorwaarden zijn opgenomen op grond waarvan een omgevingsvergunning slechts kan worden verleend als:
de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen, , met niet meer dan 20% kan toenemen; en
de ruimtelijk relevante kenmerken van de nieuwe gebouwen passen in het aanwezige bebouwingsbeeld.
de mogelijkheid om een of meer nieuwe, bijbehorende gebouwen op te richten met een grotere oppervlakte dan 20% van de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen , als tenminste in de planregeling voorwaarden zijn opgenomen op grond waarvan een omgevingsvergunning slechts kan worden verleend als voor deze uitbreiding de maatwerkmethode is gevolgd onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, waarbij rekening wordt gehouden met:
de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur;
de ruimtelijk relevante kenmerken van de bestaande gebouwen;
een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de gebouwen;
het woon- en leefklimaat van direct omwonenden; en
het aspect nachtelijke lichtuitstraling.
Hoofdstuk
Artikel 2.13.3