Naar hoofdinhoud
In afwijking van artikel 2.26.1, eerste lid, en artikel 2.26.3, eerste lid, kan een bestemmingsplan voorzien in de uitbreiding van een agrarisch bedrijf door middel van een gekoppeld agrarisch bouwperceel, mits: objectief wordt aangetoond dat een uitbreiding van het agrarisch bouwperceel direct aangrenzend aan het bestaand agrarisch bouwperceel niet mogelijk is of een uitbreiding van het agrarisch bouwperceel noodzakelijk is in verband met het biologisch houden van dieren overeenkomstig de geldende biologische regelgeving; geen gebruik kan worden gemaakt van een bestaand agrarisch bouwperceel in de nabijheid van de bij het bedrijf in gebruik zijnde gronden; de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur; aan de omvang, situering en vormgeving van een bouwperceel, bedoeld in de aanhef, moet een erfinrichtingsplan ten grondslag liggen, waarbij in ieder geval rekening is gehouden met achtereenvolgens: de historisch gegroeide landschapsstructuur; de afstand tot andere ruimtelijke elementen; een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen; het uitgangspunt dat voor de bedrijfsvoering niet meer in gebruik zijnde opstallen, met uitzondering van monumentale of karakteristieke gebouwen op het bouwperceel worden gesloopt; het woon- en leefklimaat van direct omwonenden; het aspect nachtelijke lichtuitstraling; en de som van de oppervlakte van de agrarische bouwpercelen ten behoeve van één zelfstandig agrarisch bedrijf in totaal niet groter mag zijn dan 2 hectare of, voor zover de bestaande oppervlakte groter is dan 2 hectare, in totaal niet groter mag zijn dan de bestaande oppervlakte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel