Naar hoofdinhoud
1. . Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het buitengebied kan voorzien in natuurbegraven, mits: aan het plangebied de bestemming natuur wordt toegekend met natuurbegraven als ondergeschikte nevenfunctie; en de vestiging of uitbreiding van de natuurbegraafplaats aantoonbaar gepaard gaat met netto winst voor de natuurlijke- en landschappelijke waarden in termen van areaal, kwaliteit en samenhang; en aan het plan een inrichtings- en beheerplan ten grondslag ligt dat tot stand is gekomen onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van ecologie en landschapsarchitectuur; en de aanleg en uitvoering van het inrichtings- en beheerplan publiekrechtelijk wordt geborgd; en de betreffende gronden niet zijn gelegen binnen de op kaart 12 aangegeven 'bosgebieden van voor 1850'. 2. . De toelichting op het bestemmingsplan bedoeld in het eerste lid biedt inzicht in: de gevolgen voor de recreatieve waarden van het gebied; en de gevolgen van de voorziene duur van de grafrust op toekomstige ontwikkelingen; en de wijze waarop wordt voorzien in parkeerbehoefte van bezoekers.

Rechtspraak bij dit artikel