**1.** In afwijking van artikel 2.26.3, eerste lid, kan een bestemmingsplan voorzien in een agrarisch bouwperceel met een omvang tussen de 2 en de 4 hectare, als:
Gedeputeerde Staten op grond van artikel 3.1, aanhef en onder b, van het Besluit omgevingsrecht een omgevingsvergunning hebben verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor uitbreiding van een agrarisch bedrijf die een bouwperceel met een omvang groter dan 2 hectare vergt, of
aangetoond wordt dat vóór 20 maart 2013 als gevolg van toepassing van de bouwblok op maatmethode met de provincie overeenstemming is bereikt over het erfinrichtingsplan, mits een periode van minder dan twee jaar is verstreken tussen de datum waarop met de provincie overeenstemming over de bedrijfsontwikkeling is bereikt en de datum van de aanvraag om planwijziging of een omgevingsvergunning.
De onder b opgenomen overgangsrechtelijke regeling vervalt op 30 december 2018.
**2.** Aan de omvang, situering, en vormgeving van het agrarische bouwperceel, bedoeld in het eerste lid, moet een erfinrichtingsplan ten grondslag liggen, waarbij in ieder geval rekening is gehouden met achtereenvolgens:
de historisch gegroeide landschapsstructuur;
de afstand tot andere ruimtelijke elementen;
een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
het uitgangspunt dat voor de bedrijfsvoering niet meer in gebruik zijnde opstallen, met uitzondering van monumentale of karakteristieke gebouwen op het bouwperceel worden gesloopt;
het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
het aspect nachtelijke lichtuitstraling.
Hoofdstuk
Artikel 2.26.4