Naar hoofdinhoud
1. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.42. 1, tweede lid, stelt regels die ervoor zorgen dat: bebouwing en voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, slechts overeenkomstig het inrichtingsplan worden gebouwd of aangelegd, en; de aanleg en instandhouding van de in voorkomend geval in het inrichtingsplan opgenomen beplanting wordt geborgd in de vorm van een voorwaardelijke verplichting. 2. Aan burgemeester en wethouders kan de bevoegdheid worden toegekend om het inrichtingsplan op het punt van de erfbeplanting te wijzigen onder dezelfde aanplant- en instandhoudingsverplichtingen, als dat vanwege onvoorziene omstandigheden nodig is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel