De beheerder zorgt in ieder geval voor:
het in stand houden van de weg en een doelmatig gebruik van de weg door het verkeer;
de afvoer van water vanaf de weg;
de afwikkeling van het verkeer bij hinder als gevolg van sneeuw of ijzel;
het in stand houden van wegbebakening en bewegwijzering;
zodanige beplanting op, langs, boven of onder de weg, dat het verkeer daarvan geen hinder ondervindt, en;
de verwijdering van stoffen, materialen en voorwerpen die op de weg zijn achtergelaten en die de verkeersveiligheid beperken.
Hoofdstuk
Artikel 4.16