In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
buitengebied: gebied aangeduid op kaart 1;
erfinrichtingsplan: plan waarin met toepassing van de maatwerkmethode de omvang, situering en ruimtelijke inrichting van het bouwperceel en de landschappelijke inpassing van de bebouwing en voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, zijn vastgelegd;
kampeermiddel: tent, vouwwagen, camper, toercaravan of huifkar;
maatwerkmethode: methode van overleg via keukentafelgesprekken met als doel om op bedrijfsniveau overeenstemming te bereiken over de omvang, situering en inrichting van het bouwperceel;
permanente bewoning: gebruik als feitelijk hoofdverblijf;
recreatiewoning: woonverblijf bestemd voor recreatief gebruik door gebruikers die hun hoofdverblijf elders hebben;
voorwaardelijke verplichting: regel in het bestemmingsplan waarin is bepaald dat het gebruik van gronden en bouwwerken slechts is toegestaan onder de voorwaarde dat maatregelen of voorzieningen zijn getroffen en in stand worden gehouden;
zelfstandig kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen voor recreatief nachtverblijf.
Hoofdstuk
Artikel 2.32