Naar hoofdinhoud
1. Tot onderhoud van kanalen en waterstaatswerken zijn gehouden: zij die de verplichting krachtens wet, verordening, vergunning of overeenkomst hebben; zij die of wier rechtsvoorgangers zich daartoe bij een verbintenis hebben verplicht; zij die of wier rechtsvoorgangers zich als onderhoudsplichtigen hebben gedragen. 2. Voor zover als gevolg van het eerste lid geen onderhoudsplichtigen kunnen worden aangewezen, rust de onderhoudsplicht op de eigenaar.

Rechtspraak bij dit artikel