Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.13.5

Uitbreiding van niet-agrarische bedrijven en maatschappelijke voorzieningen in het buitengebied, die niet zijn gevestigd in voormalige agrarische bedrijfsbebouwing

Onderdeel van Verordening van Provinciale Staten van de provincie Groningen houdende ruimtelijke ordening Omgevingsverordening Provincie Groningen 2016

1. In afwijking van artikel 2.13.1, eerste lid, kan een bestemmingsplan voorzien in de mogelijkheid tot: uitbreiding van bebouwing van niet-agrarische bedrijven en maatschappelijke voorzieningen in het buitengebied tot een percentage dat niet meer mag bedragen dan 20% van de totale oppervlakte van de op het bouwperceel aanwezige bebouwing; en uitbreiding van het bouwperceel tot een percentage dat niet meer mag bedragen dan 20% van de oppervlakte van het bouwperceel; , waarbij rekening wordt gehouden met: de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur; de ruimtelijk relevante kenmerken van de bestaande bebouwing; een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen; het woon- en leefklimaat van direct omwonenden; en het aspect nachtelijke lichtuitstraling. 2. In afwijking van artikel 2.13.1, eerste lid, kan een bestemmingsplan voorzien in de mogelijkheid tot: uitbreiding van bebouwing van niet-agrarische bedrijven en maatschappelijke voorzieningen in het buitengebied tot een percentage dat meer mag bedragen dan 20% van de totale oppervlakte van de op het bouwperceel aanwezige bebouwing; en uitbreiding van het bouwperceel tot een percentage dat meer mag bedragen dan 20% van de oppervlakte van het bouwperceel; als in de plantoelichting verantwoord wordt dan: redelijkerwijs niet op een andere locatie dan waar het bedrijf of de maatschappelijke voorziening is gevestigd in de ruimtebehoefte kan worden voorzien; en aan het plan een erfinrichtingsplan ten grondslag ligt dan met toepassing van de maatwerkmethode is opgesteld onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel niet groter wordt dan 0,5 hectare of een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel groter wordt dan 0,5 hectare; en, rekening is gehouden met: de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur; de ruimtelijk relevante kenmerken van de bestaande bebouwing; een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen; het woon- en leefklimaat van direct omwonenden; en het aspect nachtelijke lichtuitstraling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel