Naar hoofdinhoud
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: agrarisch bouwperceel: op de verbeelding van het bestemmingsplan aangeduid aaneengesloten stuk grond waarop volgens de regels van een bestemmingsplan zelfstandige bij elkaar behorende bebouwing ten behoeve van een agrarisch bedrijf is toegestaan; bestaand stedelijk gebied: gebied dat geen deel uitmaakt van het op kaart 1 aangeduide buitengebied biomassavergisting: bedrijfsmatig produceren van duurzame energie door het bewerken van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, inclusief plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, en de afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval; buitengebied: gebied aangegeven op kaart 1; gemeentelijke gebiedsvisie zonne-energie: een door de gemeenteraad al dan niet in samenwerking met de raden van andere gemeenten vastgestelde structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een daarmee vergelijkbaar ruimtelijk beleidsdocument waarin ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening voor het grondgebied van de gemeente(n) het gemeentelijk beleid ten aanzien van zonne-energie is vastgelegd waarbij in ieder geval aan de hand van een gebiedsanalyse de locaties of gebieden worden aangewezen die in beginsel geschikt kunnen worden geacht voor de realisering van kleine en/of grote zonneparken en inzicht wordt geboden in de mogelijkheid voor omwonenden om te participeren in de ontwikkeling en opbrengst van een zonnepark; maatwerkmethode: methode van overleg via keukentafelgesprekken met als doel overeenstemming te bereiken over de omvang, situering en inrichting van een project binnen een plangebied; mestvergistingsinstallatie: installatie voor het produceren van duurzame energie door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een volgens datzelfde artikellid omschreven bewerkingsprocedé; onderzoeksturbine: commercieel verkrijgbare gecertificeerde windturbine die primair bestemd is voor offshore toepassing, waarmee langjarig onderzoek wordt gedaan naar zog-effecten en die bedoeld is voor andere onderzoeksdoeleinden; prototype onshore testturbine: nog niet gecertificeerde onshore windturbine waarvan het primaire doel niet het opwekken van elektriciteit is, maar het verkrijgen van certificering voor de turbine; prototype offshore testturbine: nog niet gecertificeerde offshore windturbine waarvan het primaire doel niet het opwekken van elektriciteit is, maar het verkrijgen van certificering voor de turbine; solitaire windturbine: windturbine met een ashoogte groter dan 15 meter gelegen buiten de op kaart 5 aangeduide 'concentratiegebieden grootschalige windenergie', ‘testveld onderzoeksturbines’, ‘testveld prototype offshore testturbines’ en ‘zoekgebied vervanging windturbines’; tijdelijke windturbine: het bestemmen van een windturbine op gronden waar op het moment van vaststelling van de Structuurvisie Eemsmond - Delfzijl (d.d. 19 april 2017) het oprichten van een windturbine krachtens een op dat moment geldend bestemmingsplan nog niet is toegestaan;. windturbine: door wind aangedreven molen die wordt gebruikt voor de productie van elektriciteit. zonnepark: een ruimtelijk samenhangende, grondgebonden of drijvende installatie voor het opwekken van zonne-energie, groter dan 200 m2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel