** 1. .** In afwijking van artikel 3.5, tweede lid, van de wet is het aan grondgebruikers toegestaan om de in bijlage 7 aangewezen soort opzettelijk te verstoren op de door hen gebruikte gronden, dan wel in of aan door hem gebruikte opstallen, ter voorkoming van in het lopende of daarop volgende jaar dreigende ernstige schade op deze gronden, in of aan deze opstallen, of in het omringende gebied.
** 2. .** De in het eerste lid genoemde vrijstelling geldt ten behoeve van de in bijlage I bij de betreffende soort genoemde belangen, voor het in deze bijlage genoemde gebied, onder gebruik van de in deze bijlage genoemde middelen en onder de in deze bijlage genoemde voorschriften en beperkingen.
** 3. .** Handelingen als bedoeld in het eerste lid worden verricht overeenkomstig het faunabeheerplan.
** 4. .** Indien de grondgebruiker in overeenstemming met artikel 3.15, zevende lid, van de wet de vrijstelling door een ander laat uitoefenen, dient deze persoon de schriftelijke en gedagtekende toestemming op eerste vordering van een daartoe bevoegde ambtenaar te tonen.
** 5. .** Gedeputeerde Staten kunnen de werking van dit artikel opschorten indien bijzondere weersomstandigheden hier, naar hun oordeel, aanleiding toe geven.
Hoofdstuk 3.a. › Titel 3a.3
Artikel 3a.4