**1..** Burgemeester en Wethouders verlenen een lid op zijn verzoek tussentijds
ontslag.
**2..** Een lid dat niet langer voldoet aan het bepaalde in artikel 4 dient zijn
ontslag in bij Burgemeester en Wethouders.
**3..** Indien Burgemeester en Wethouders blijkt dat een lid niet langer voldoet
aan het bepaalde in artikel 4, verlenen zij hem ontslag.
**4..** Burgemeester en Wethouders kunnen een lid ontslag verlenen op verzoek
van de organisatie die hem voor benoeming heeft voorgedragen, gehoord de
Commissie. Gedurende de in artikel 6, lid 5 bedoelde procedure kunnen
Burgemeester en Wethouders het lid op verzoek van de Commissie
schorsen.
**5..** Indien een organisatie, als bedoeld in artikel 3, lid 1, het vertrouwen
in haar vertegenwoordiger opzegt, benoemt de Commissie een commissie van
Goede Diensten, bestaande uit drie leden, niet zijnde leden van bedoelde
organisatie. Nadat de commissie van Goede Diensten uiterlijk binnen tien
weken advies heeft uitgebracht, spreekt de organisatie zich opnieuw uit.
Bij bevestiging van het eerder ingenomen standpunt adviseert de
Commissie Burgemeester en Wethouders het betrokken lid ontslag te
verlenen.
**6..** Het ontslag als bedoeld in het eerste lid gaat in op het tijdstip waarop
in de opvolging wordt voorzien. Indien geen opvolger kan worden benoemd
en in de gevallen bedoeld in het tweede, derde en vierde lid gaat het
ontslag in op een door Burgemeester en Wethouders te bepalen
tijdstip.
**7..** Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek van de Commissie de
voorzitter ontslag verlenen.
Paragraaf
Artikel 6.
Artikel 6.
Onderdeel van REGLEMENT EN HUISHOUDELIJK REGLEMENT COMMISSIE LOOSDUINEN