Naar hoofdinhoud
Het gebruik maken van de regeling Generatiepact houdt in dat de medewerker vanaf de datum waarop het naar aanleiding van zijn verzoek genomen besluit in gaat een naar voorkeur aan te geven aantal werkuren per week, zonder dat de omvang van de aanstelling wordt aangepast. Er wordt buitengewoon verlof verleend voor het aantal aanstellingsuren dat de medewerker minder gaat werken. Het buitengewoon verlof betreft minimaal 7,2 (20% van een voltijdsaanstelling) en maximaal 10,8 uur (30% van een voltijdsaanstelling). De resterende aanstellingsomvang dient tenminste 18 uur per week te bedragen (50% van een voltijdsaanstelling). De feitelijke arbeidsduur dient ten minste 18 uur te bedragen, met uitzondering van regulier verlof. Dit impliceert dat eventuele verlofstuwmeren of levenslooptegoeden vooraf opgenomen moeten zijn als het opnemen van hiervan tot gevolg heeft dat de feitelijke arbeidsduur minder wordt dan 18 uur per week.

Rechtspraak bij dit artikel