Indien het college op grond van door hen ingewonnen inlichtingen van oordeel is, dat de ambtenaar niet regelmatig of niet voldoende studeert, waardoor hij niet in staat kan worden geacht zijn studie binnen de termijn als bedoeld in artikel 17:4:1 te volbrengen, zijn zij bevoegd de verleende studiekostenvergoeding of het toegestane studieverlof voor de gehele of voor een deel van de resterende studieduur in te trekken. Deze intrekking vindt echter niet plaats, indien de ambtenaar aannemelijk maakt, dat het onregelmatige verloop van de studie of de onvoldoende studieresultaten het gevolg is van feiten of omstandigheden, die niet aan hem zijn te wijten.