**1..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de woon-
en leefsituatie, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in
geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor
een of meer horecabedrijven, tijdelijk andere dan de krachtens
artikel 2:29 geldende sluitingsuren vaststellen of tijdelijk
sluiting bevelen.
**2..** Het is de houder van een horecabedrijf verboden deze voor het
publiek geopend te hebben of daarin of aldaar publiek toe te
laten of te laten verblijven op een tijdstip waarop het
horecabedrijf, ingevolge een op grond van het voorgaande lid
genomen besluit, gesloten dient te zijn.
**3..** Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
Opiumwet.
Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten
horecabedrijf
Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
dient te zijn.
Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven
In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de
handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene
maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste
lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat
een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat
bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig
andere wijze overdraagt.
Artikel 2:33 Ordeverstoring
Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.
Artikel 2:34 Het college als bevoegd
bestuursorgaan
Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van
artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college op als
bevoegd bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot
en met 2:31.
Afdeling 8ABijzondere bepalingen over
horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en
Horecawet
Artikel 2:34a Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholhoudende drank,
horecabedrijf,
horecalocaliteit,
inrichting,
para commerciële rechtspersoon,
sterke drank,
slijtersbedrijf en
zwak-alcoholhoudende drank,
dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.
Artikel 2:34b Schenktijden para commerciële
rechtspersonen
Een para commercieel rechtspersoon dat zich voornamelijk
richt op het organiseren van activiteiten van sportieve
aard, inclusief verenigings- en wedstrijdactiviteiten,
kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken
gedurende de periode beginnende met 1 uur voor aanvang
en eindigende met 2 uur na beëindiging van activiteiten
die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de
desbetreffende para commerciële rechtspersoon,
onverminderd artikel 2:29 APV.
Een para commercieel rechtspersoon dat zich voornamelijk
richt op het organiseren van activiteiten waarbij het
faciliteren van sociale interactie een voorname rol
speelt, zoals o.a. jeugd sociëteiten en dorpshuizen,
kan, onverminderd artikel 2:29 APV, alcoholhoudende
drank uitsluitend verstrekken vanaf 1 uur voor de
aanvang en tot uiterlijk 2 uur na afloop van een
activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de
statutaire doelen van de rechtspersoon.
Overige para commerciële rechtspersonen kunnen
onverminderd artikel 2:29 APV
alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf 1 uur voor
de aanvang en tot uiterlijk 2 uur na afloop van een activiteit
die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de
rechtspersoon.
Krachtens artikel 4 lid 4 Drank- en Horecawet heeft de
burgemeester de bevoegdheid om voor ten hoogste twaalf
aaneengesloten dagen ontheffing te verlenen van het
bepaalde in artikel 2:34b leden 1 tot en met 3 APV.
Op de ontheffing als opgenomen in lid 4 van dit artikel
is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:34c Bijeenkomsten bij para commerciële
rechtspersonen
Para commerciële rechtspersonen verstrekken geen
alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van
persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op
personen die niet of niet rechtstreeks bij de
activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon
betrokken zijn wanneer dit leidt tot oneerlijke
mededinging.
Krachtens artikel 4 lid 4 Drank- en Horecawet heeft de
burgemeester de bevoegdheid om voor ten hoogste twaalf
aaneengesloten dagen ontheffing te verlenen van het
bepaalde in artikel 2:32c lid 1 APV.
Op de ontheffing als opgenomen in lid 2 van dit artikel
is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:30
Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2016