De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of
beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de
veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de
zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of
openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel
geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer
bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te
houden.
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een
bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw
strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen
verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht
weken niet meer in een of meer bepaalde delen van de
gemeente op een openbare plaats op te houden.
Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden
gegeven als het strafbare feit of de openbare orde
verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van
een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede
lid, plaatsvindt.
De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid
gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke
omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De
burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen
van een bevel.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 15
Artikel 2:80
Gebiedsontzeggingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2016