In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
nachtverblijf.
Artikel 4:16 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten
een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan,
de beheersverordening, exploitatieplan of een
voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.
Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
voor eigen gebruik door de rechthebbende op een
terrein.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
bedoeld in het eerste lid.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
worden geweigerd in het belang van:
de bescherming van natuur en landschap; of
de bescherming van een stadsgezicht.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 4:17 Aanwijzing kampeerplaatsen
Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van
toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
Het college kan daarbij nadere regels stellen ter
bescherming van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde
lid, onder a en b.