1.Het is verboden een fiets, bromfiets of snorfiets te parkeren
als daardoor:
**a..** op de weg de doorgang wordt gehinderd of belemmerd;
**b..** de veiligheid of de doorstroming van of het uitzicht voor het
verkeer wordt gehinderd;
**c..** schade wordt veroorzaakt aan de openbare ruimte of aan het
uiterlijk aanzien van de gemeente;
voor een bewoner of gebruiker van het gebouw waartegen
of waarvoor de fiets, bromfiets of snorfiets staat
geparkeerd de doorgang of het uitzicht wordt belemmerd
en dit tegen de uitdrukkelijk verklaarde wil van die
bewoner of gebruiker is.
Het college kan in het belang van de veiligheid en ter
voorkoming van hinder een gebied aanwijzen waarin
fietsen, bromfietsen, of snorfietsen uitsluitend in een
daarvoor bestemde voorziening mogen worden
geparkeerd.
Het is verboden om een fiets, bromfiets of snorfiets in
een gebied als bedoeld in het tweede lid buiten een voor
parkeren bestemde voorziening te plaatsen.
Hoofdstuk › Afdeling 1
Artikel 5:12
Parkeren en overlast van fietsen, bromfietsen, en snorfietsen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2016