Het is verboden zonder vergunning van het college een
standplaats in te nemen of te hebben.
Het college weigert de vergunning wegens strijd met een
geldend bestemmingsplan.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
worden geweigerd:
indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband
met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke
welstand;
indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te
verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor
een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk
verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar
komt;
vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan.
Het verbod geldt niet voor:
standplaatsen die worden ingenomen ten behoeve van medisch
onderzoek (zoalsbijv. borstkankeronderzoek);
standplaatsen die worden ingenomen door goede doelen
organisaties, die een keurmerk hebben van het Centraal
Bureau Fondsenwerving (CBF);
standplaatsen, zoals benoemd onder a. en b. moeten minimaal
4 weken voorafgaand aan het innemen van de standplaats,
hiervan melding doen bij het college door middel van een
vastgesteld formulier.
Het college kan nadere regels vaststellen op grond van dit
artikel.
Hoofdstuk › Afdeling 4
Artikel 5:16
Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2016