Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling 4

Artikel 5:16

Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2016

Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand; indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt; vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan. Het verbod geldt niet voor: standplaatsen die worden ingenomen ten behoeve van medisch onderzoek (zoalsbijv. borstkankeronderzoek); standplaatsen die worden ingenomen door goede doelen organisaties, die een keurmerk hebben van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF); standplaatsen, zoals benoemd onder a. en b. moeten minimaal 4 weken voorafgaand aan het innemen van de standplaats, hiervan melding doen bij het college door middel van een vastgesteld formulier. Het college kan nadere regels vaststellen op grond van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel