Een cliënt komt in aanmerking voor op participatie gerichte woonbegeleiding in de vorm van beschermd wonen indien:
er sprake is van een gediagnosticeerde:
psychiatrische aandoening en/of
psychisch of psychosociaal probleem.
de cliënt niet in staat is zich zonder de in de aanhef genoemde begeleiding te handhaven in de samenleving;
het verblijf noodzakelijk is in verband met de in bijlage 2 onderdeel 3 beschreven resultaten;
de cliënt niet de beschikking heeft over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen op kunnen heffen.
Hoofdstuk 4:
Artikel 4.5