**1..** Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond
van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid
van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren
behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het
algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze
wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen
die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht
genomen, totdat het algemeen bestuur haar opheft.
**2..** Op grond van de belangen genoemd in artikel 4 van de Wet
openbaarheid van bestuur kan de geheimhouding eveneens worden
opgelegd door het dagelijks bestuur en de voorzitter van het
openbaar lichaam en door een commissie van de regio als bedoeld
in artikel 24, 25 of 26 van deze regeling, ieder ten aanzien van
stukken die zij aan het algemeen bestuur of aan de leden van het
algemeen bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding
gemaakt.
**3..** De krachtens het tweede lid aan het algemeen bestuur opgelegde
verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging niet
door het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering,
wordt bekrachtigd.
**4..** De krachtens het tweede lid aan leden van het algemeen bestuur
opgelegde verplichting tot geheimhouding wordt door hen in acht
genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd
haar opheft, dan wel, indien het onderwerp waaromtrent
geheimhouding is opgelegd aan het algemeen bestuur is
voorgelegd, totdat het algemeen bestuur haar opheft.
HOOFDSTUK III › Paragraaf 2 WerkwijzeARTIKEL 9
Artikel 12
OPLEGGEN GEHEIMHOUDING
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Regio De Vallei